lekker vet

Let’s talk about fat baby! Vaak denken mensen nog te zwart-wit over vet: ‘Van vet word je dik’ of, ‘goede’ vetten zitten in avocado, en ‘slechte’ vetten in frietjes.’ Dit is gedeeltelijk waar, maar vet houdt veel meer in dan dat. Wat is vet eigenlijk? Waarom hebben we het zo hard nodig? Waarom zijn we er met z’n allen zo bang voor? En hoe krijgen we het op de juiste manier binnen. 

vet is goed voor je!

Vetten zijn, net zoals koolhydraten en eiwitten, macronutriënten. Om jouw lichaam normaal te kunnen laten functioneren, is het belangrijk dat je er dagelijks voldoende van binnenkrijgt. De laatste jaren hebben veel mensen echter een tekort aan ‘goede’ vetten opgebouwd. Dit komt mede doordat ze bang zijn gemaakt voor vet. De afgelopen jaren is er flink geïnvesteerd in de marketing van light, magere, vetarme en vetvrije producten en daardoor wordt vet vaak geassocieerd met overgewicht, slecht cholesterol en enge hart- en vaatziekten. 

En dat is erg jammer, want een tekort aan ‘goede’ vetten kan juist leiden tot ziekten, hormonale disbalans en overgewicht. Vooral omdat dit tekort aan ‘goede’ vetten vaak wordt gecombineerd met een teveel aan ‘slechte’ vetten. Die zitten namelijk verstopt in vrijwel alle bewerkte en kant-en-klare producten, ook wel bekend als transvetten. En ook al denk je nu: ‘Maar ik eet bijna nooit kant en klare en bewerkte producten’, lees dan toch even verder, want er staan nog een aantal vette weetjes meer in dit artikel, die je waarschijnlijk graag wilt weten!

image
image

'goede' en 'slechte' vetten bestaan eigenlijk niet

Een overschot aan slechte vetten en een tekort aan goede vetten dus, hoe gaan we dat fixen? Om dat te kunnen doen, zal ik eerst kort uitleggen waar vet uit bestaat en wat voor een soorten vetzuren er zijn. Vetten bestaan uit koolstofatomen met daaraan verbonden waterstofatomen. Als alle verbindingen van de koolstofatomen zijn verbonden met een waterstofatoom dan is een vetzuur verzadigd.

En wanneer dit niet het geval is, zijn de vetzuren onverzadigd. Verzadigde vetten worden vaak hard op kamertemperatuur, zoals roomboter, ghee, dierlijk vet, palmvet en kokosolie. Onverzadigde vetten zijn vaak vloeibaar, zoals vrijwel alle plantaardige (gele) oliën, visolie, olijfolie en notenolie. Vaak wordt er gedacht dat verzadigde vetten slecht en gevaarlijk zijn, en onverzadigde vetten gezond en goed zijn.

Eigenlijk is het zo, dat je beide vormen van vet nodig hebt omdat ze verschillende processen in het lichaam regelen, maar... het is wel belangrijk in welke vorm (warm of koud, gehard, bewerkt, of onbewerkt) en in welke verhouding je ze tot elkaar binnenkrijgt. ‘Goede’ en ‘slechte’ vetten bestaan dus eigenlijk niet, de vorm en verhouding is veel belangrijker!